|
PORTRETFOTOGRAFIE IN DE STUDIO Voor het maken van studioportretten moet de camera een aantal mogelijkheden bieden. Nodig is onder meer een portretobjectief (d.i. een korte telelens) met manual focus, omdat je nauwkeurig op de ogen moet scherpstellen. Bij auto focus weet je nooit precies waarop het systeem scherpstelt. Ook wanneer een auto focusobjectief op manual kan worden omgeschakeld geeft dat niet voldoende zekerheid. In dat geval is de spoed (draai) van de scherpstelring te gering om echt nauwkeurig scherp te stellen. Een zonnekap is noodzakelijk om ongewenste reflecties in de lens te voorkomen. Een flitscontact moet aanwezig zijn voor een externe flitser. Voor portretfotografie is bovendien een ouderwetse lichtschachtzoeker comfortabeler, omdat de fotograaf dan niet schuil gaat achter zijn camera. Door simpelweg op te kijken is het mogelijk rechtstreeks (oog)contact te maken met het model. Communicatie met het model is immers van groot belang om de gewenste pose te krijgen. Lichtmeting De 'normale', in ieder geval meest bekende lichtmeting is de meting van het gereflecteerde licht. Daarbij gaat de meter er van uit dat de reflectie komt van een gemiddeld grijs oppervlak. Dat kan problemen geven, omdat dit gegeven je vaak dwingt om een correctie op de het meetresultaat aan te brengen. Omdat je bij portretfotografie toch altijd dicht bij het onderwerp - het model - bent, kun je beter gebruik maken van een opvallend lichtmeting. Als je lichtmeter daarvoor geschikt is, moet je een diffusiebolletje voor de meetcel schuiven en dan kun je rechtstreeks het licht meten dat op het onderwerp valt. Dat levert een nauwkeuriger meting op. Bij gebruik van studioflitsers heb je bovendien een flitsmeter nodig. De verlichting De plaatsing van de lampen bepaalt het karakter van een portret. Afhankelijk van de plaatsing rond het model spreek je van een voor-, zij en achter(tegen)licht. Afhankelijk van je hoogte kun je laag-, vlak-, hoog-, of toplicht onderscheiden. In combinaties spreek je dus van 'hoog voorlicht', 'vlak zijlicht', of 'laag tegenlicht'. Alle combinaties zijn mogelijk en geven een bepaalde werking. De soort lichtbron is ook bepalend voor het karakter van het portret. We onderscheiden hard en zacht licht. In de eerste plaats is de afstand van de lichtbron tot het onderwerp, maar ook de grootte van de lichtbron bepalend. Hoe dichterbij de lichtbron staat, of hoe groter die is, hoe zachter het licht. Andersom: hoe verder weg of hoe kleiner de lichtbron, hoe harder het licht wordt. Dit heeft ook invloed op de schaduwen. Die vervagen als de lichtbron dichterbij wordt geplaatst. Lampen en studioflitsers kunnen met verschillende accessoires worden toegerust om het gewenste lichteffect te krijgen. Van hard naar zacht zijn dat achtereenvolgens: - een reflector met een zilverkleurige binnenkant - een reflector met mat witte binnenkant - idem en bovendien voorzien van een diffusiefolie - een paraplu - een softbox Gericht licht wordt verkregen met een zogenaamde grid. Dit is een honingraat-vormig raster dat voor een bekervormige reflector kan worden aangebracht. Nog sterker gericht, als een soort spotlight wordt het licht als de beker naar voren toe versmalt. Dan spreek je van een snoot. Met behulp van reflectieschermen (in wit-, zilver-, of goudkleur) kun je licht afbuigen om bijvoorbeeld schaduwen op te vullen. Het tegenovergestelde: ongewenste reflecties of uitstralingen, kun je voorkomen door een matzwart scherm (een zogenaamde vlag) tussen een lichtbron en model te schuiven. De achtergrond Houdt de achtergrond rustig. Gebruik neutrale kleuren. Wil je de achtergrond inkleuren, maak dan gebruik van gekleurd licht. Eventueel kun je een eenvoudig motief op de achtergrond projecteren. Vermijdt in dat geval al te opdringerige zaken, dus geen moskeeën of paleizen. Om het model goed vrij in de ruimte te zetten, moet de afstand tussen model en achtergrond minimaal anderhalve meter zijn.  Opstelling voor een low keyportret: Low key wil zeggen dat alleen donkere tinten worden gebruikt. Met behulp van de grid en het zwarte half hoge doek kan een halfronde lichtkrans achter het model worden geprojecteerd. Opstelling voor een high keyopname High key wil zeggen alleen lichte tinten Om de achtergrond wit te maken moet daarop twee maal zoveel licht vallen als op het model. Dat komt omdat de lichtsterkte afneemt met het kwadraat van de afstand. Laat je na de achtergrond extra te verlichten dan zal deze niet wit maar grijs worden. Dank Met dank aan leermeester Gerard van Ophem die twee avonden zijn kennis, studio en materiaal ter beschikking heeft gesteld van onze fotoclub. Het was een reusachtige ervaring die ons in staat stelde kennis te maken met de beginselen van de studiofotografie. Leden die zich verder willen bekwamen kunnen gebruik maken van de (eenvoudige) flitsinstallatie die de club heeft.
Frank Zwemmer De workshops werden gegeven op 2 en 9 februari 2000
|