Home Artikelen Fototechniek Avondfotografie

Fotoalbum foto

Boot in Naerrofjord - Noorwegen

Eigenaar: Margo Schoote

0122

Eigenaar: Bert ten Brink

Login Leden



Avondfotografie Print Email
dinsdag, 15 november 2005 15:14


    AVONDFOTOGRAFIE

    Deze tak van de fotografie is wisselend populair. Iedereen maakt wel eens een zonsondergang of fotografeert als het helemaal donker is. Maar de schemering levert vaak veel interessantere resultaten op. Hieronder staat een aantal vuistregels om fotografie met dit hele andere maar o zo mooie licht wat gemakkelijker te maken.


          Wat heb je nodig?:

  •   een statief, of een zakje rijst om de camera bewegingsloos een opname te laten maken
  •   een draadontspanner (liefst met een schroefje om het knopje bovenaan vast te zetten), of een zelfontspanner, want ook die voorkomt de camera beweegt tijdens de opname
  •   een lichtsterke lens (diafragma 1.0 of 1.7 tot 2.8), want anders is je onderwerp nauwelijks te zien door de zoeker
  •   bij voorkeur een film met lage lichtgevoeligheid (ISO 100)
  •   camera met B-stand, dus met een Bulb-stand: de sluiter van je camera gaat open als je de knop indrukt en sluit pas als je die knop loslaat (de draadontspanner weer laat gaan).
  •   camera met meetzoeker, of zo mogelijk een losse lichtmeter die ook hele moeilijke lichtsituaties aan kan
  •   zonnekap (!) en eventueel karton tegen vals licht of regen, of om tussen de camera/lens en de straat te leggen ter bescherming
  •   reserve batterijen (altijd meenemen trouwens)
  •   zaklantaarn
  •   stopwatch, of horloge met secondenwijzer
  •   eventueel handschoenen en een paraplui en een vuilniszak (om zelf op te zitten of liggen)


          Compositie:

  •   Een lichtbron is uitgangspunt voor de compositie-opbouw. Het licht geeft dieptewerking
  •   Breng sfeer aan door bijvoorbeeld door een cafeetje in de foto mee te nemen, of een theater of bioscoop met uitgaande mensen, of een kermis met al die lampjes en beweging 's avonds.


          Statisch of dynamisch:

  •   Je kunt statisch fotograferen, dat wil zeggen met de camera op een statief. Je kunt kiezen voor stilstaande of bewegende objecten. Liefst met een langzame film. Bewegende objecten - mensen bijvoorbeeld - 'verdwijnen'. Bewegende objecten met een lamp geven een streep (auto's, fietsen, of een welwillende vrijwilliger met een zwaaiende zaklamp).
  •   Of je fotografeert dynamisch, dat wil zeggen uit de hand. Dan is een snelle film nodig (400 - 3.200 ISO). Je kunt tot 1/15e seconde uit de hand fotograferen met een niet te zware lens. Met tele gaat dat meestal niet meer, tenzij je een hele vaste hand hebt.


          Scherpstellen:

    Keis bij autofocus camera's ervoor om scherp te stellen op de handbediening!

          Verlichting:

  •   Doe geen lichtmeting als een felle lichtbron in beeld zichtbaar is
  •   Als je een daglichtfilm gebruikt neigt die naar een gele/rode kleur bij avondfotografie. Een blauwfilter corrigeert die kleuren weer, maar het scheelt wel in de belichting: je zult langer moeten belichten.
  •   Het is erg fraai om tijdens invallende duisternis/schemering te fotograferen door de kleurverschuivingen (zie hierboven).
  •   Eén stop onderbelichten levert bij scherming of voldoende verlichting vaak een mooier/warmer resultaat op.
  •   Maak bij voorkeur drie foto's van hetzelfde onderwerp: één op de belichting zoals je die hebt gemeten, één met een stop overbelichting en één met een stop onderbelichting
  •   Soms er er net te weinig licht op een deel van het onderwerp. Zet de camera op statief, pas je belichting zo aan dat je een lange sluitertijd kunt gebruiken en schijn met de zaklamp op de donkere delen van je onderwerp. Wel blijven bewegen zodat de lichtbundel zelf niet zichtbaar wordt op de foto.


          Schwarzschild-effect:

  •   Dit effect treedt op bij langer dan 1 seconde belichten, omdat de lichtgevoeligheid van een film afneemt bij zeer minimale omstandigheden. Je opname wordt onderbelicht, daar komt het effect op neer.
  •   Bij een lange belichtingstijd moet je dus langer belichten dan gepland:
  •   1 - 5 seconde(n) : tijd verlengen met een factor 11/2 (een halve stop dus)
  •   5 - 15 seconden: tijd verlengen met een factor 2 (een hele stop dus)
  •   15 - 30 seconden: tijd verlengen met een factor 3
  •   30 - 60 seconden: tijd verlengen met een factor 4
  •   60 - 180 seconden: tijd verlengen met een factor 6
  •   Natuurlijk kun je ook het diafragma aanpassen.
  •   Bij gevoeliger films heb je minder last van het Swarzschild-effect dan bij laaggevoelige films


          Vuurwerk en bliksem:

  •   Camera op de B-stand zetten en een lange sluitertijd nemen
  •   Meerdere bliksemschichten afwachten
  •   Kies voor een gevoelige film bij vuurwerk: die zorgt voor 'bevriezing' van het licht