|
Portretfotografie wordt als geslaagd beschouwd, als de persoonlijkheid van degene die u fotografeert, op de foto tot uitdrukking komt. Toch kan ook een lachende foto van iemand die als ernstig te boek staat, veel waardering oogsten. Ga daarom vooral op uw gevoel af. En als u er vanuit gaat dat de eerste de beste foto echt niet altijd raak zal zijn, maar dat een goede portretfoto meestal na een serie foto's tot stand komt, kan het haast niet misgaan.
De fotograaf - Moet zich goed voorbereiden;
- Model moet zich prettig voelen, dus goed ontvangen;
- Model wat te drinken geven;
- Ideeën hebben voor de fotosessie;
- Verlichting, achtergrond, etc. in orde;
- Camera, geheugen, accu, etc. vooraf in orde maken;
- Praat met het mode, er moet interacties en vertrouwen zijn;
- Ook al is de foto (nog) niet optimaal, positief blijven;
- Fotograaf ziet in de lens wat er gebeurt en is dus de persoon die aanwijzingen geeft aan het model;
- Model observeren en bepaalde houdingen, gezichtsuitdrukkingen versterken;
- Complimenten geven;
- Samen naar de foto’s kijken, een afdruk laten zien;
- Beginnen met fotograferen, knip maar raak, model wordt dan ontspannen;
- Denk bij de compositie aan kleding, haar, bril, oorbellen, sieraden, achtergrond, etc.
Houding en expressie model - Stoel met rugleuning, (andersom) geeft een goede zithouding en steun voor armen en handen;
- Natuurlijke houding aannemen;
- Handen moeten functie hebben om bijvoorbeeld gezicht te ondersteunen;
- Houding spannender maken door schouder te draaien;
- Niet lachen op foto (wel voor familiealbum), vriendelijk mag wel;
- In de lens kijken is kijker aankijken;
- Samen naar de foto’s kijken;
- Een afdruk laten zien;
- Beginnen met fotograferen, knip maar raak, model raakt gewend;
- De eerste zijn nooit de beste;
- Model moet gaan zitten zodat hij/zij lekker zit, van daaruit andere houding aannemen;
- Bril af, roken, etc.;
- Pop-foto, staren naar een punt achter de camera. Lege foto GEEN emotie;
- Anticiperen op bewegingen model en als fotograaf compositie bepalen;
- Beste garantie voor goede foto’s is een model dat zich op haar gemak voelt.
Plaats model t.o.v. lichtbron - Groot raam bij noorderlicht is altijd goed, (schilders en fotografen doen het op het noorden);
- Zuider(zon)licht is harder;
- Bestaand licht is een hele zachte en natuurlijke lichtbron;
- Altijd met het licht mee fotograferen (camera bij het raam);
- Model heel/half naar het licht laten kijken.
Lichtbron: - Er is altijd één lichtbron, (studio of bestaand) de rest toevoegen met reflectie en/of meerdere lichtbronnen;
- 1 lichtbron geeft hard licht, met veel schaduwen met reflectiescherm (piepschuim, diascherm, wit laken etc) geeft lager contrast;
- Maak proeffoto ter beoordeling van het licht;
- Diascherm als reflectiescherm werkt perfect;
- Via (wit) plafond of reflectiescherm indirect flitsen (hoek van inval is hoek van uitval);
- Bestaand licht met flits in reflectiescherm geeft bijna studiolicht met 2 lampen;
- Bestaand licht (altijd minder licht) eventueel met statief fotograferen, ISO verhogen of lichtsterke lens gebruiken;
- Effect van het haar los van de achtergrond bereik je met een spotje achter het hoofd.
- 1/15 bij diafragma 4 + flits, programma: handbedinging > resultaat kamer is verlicht.
Objectief - 50 mm lens (~80mm bij cropfactor 1.6) is een perfecte portretlens;
- Hoe kleiner het diafragma hoe meer speling met de sluitertijd;
- Brandpuntafstand voor portretten: tussen 80 en 100mm verteken het model niet ;
- Een groothoek gebruiken als achtergrond ook zichtbaar moet zijn;
- Bij korte brandpuntafstand (50-70) model smaller, langer >110 is het model dikker;
- Hoger ISO geeft snellere sluitertijden. Sluitertijd is ca gelijk aan de lengte van de lens, 80mm = 1/80sec.
Instellingen van de camera - Een goede portretfoto heeft bij handmatige instellingen in de studio nodig:
-
- Het juiste moment;
- ISO waarde in studio 100-200, indien hoger is er meer kans overbelichte foto’s;
- Diafragma van 5,6 of 8.
- Is bij flitsen de sluitertijd te snel dan heb je kans op half belichte foto’s;
- Bij flitsen sluitertijd te laag (1/30- 1/50) gaat omgevingslicht meedoen;
- Diafragma bepaald de hoeveelheid licht ;
- Langer belichten dan synchronisatietijd kan altijd (bv 15 sec), korter niet.
Achtergrond en kleur - Achtergrond dicht op model reflecteert de kleur op het model;
- Grijze of zwarte achtergrond is neutraal;
- Model verder van de achtergrond plaatsen geeft een strakkere achtergrond (geen kreukels en vouwen van het fotodoek).
- Bij zwarte kleding op een zwarte achterwand is het mooi om een shirt/blouse aan te trekken met een mooie halsuitsnede;
- Witte kleding en pastelkleurige kleding geeft ook een heel mooi effect, heel naturel op een witte achterwand, in sepia, zwart-wit of kleur;
- Spijkergoed geeft een tijdloos casual effect.
- Het belangrijkste is het om iets aan te trekken waarbij u zich op uw gemak voelt. Let wel op de drukte van de kleding. Bv strepen of velle kleuren.
- Kinderen. Het mooiste is het als u uw kind(eren) zoveel mogelijk effen kleding aangeeft, dit komt mooier over dan drukke prints, de aandacht gaat dan uit naar het kind;
- Baby’s fotografeer ik het liefste helemaal naturel… bloot dus. Juist dit soort foto’s worden prachtige kunstwerkjes in zwart-wit of sepia.
Scherptediepte - Hoe langer de lens (tele), hoe kleiner de scherptediepte vlak;
- Hoe groter het diafragma, bijvoorbeeld 1.4, hoe kleiner het scherptediepte vlak;
- Met telelens van 135 mm lens helemaal open geeft 3 dimensionaal beeld;
- Zwarte jurk is moeilijk om tekening in te krijgen, blauw, rood if grijs gaat veel beter;
- Ogen scherp geeft indruk hele foto scherp;
- Diafragma op 11 of 16 alles scherp.
Extra Tips - Hoog standpunt geeft vriendelijk model, laag standpunt geeft strenger beeld;
- Niet teveel bling-bling;
- Gebruik FUDGE voor glans op het haar;
- Haar opsteken geeft mooiere gezichtscontouren. Kaaklijn en jukbeenderen komen dan beter uit;
- Licht in de ogen doet het altijd goed;
- Bij concertfoto’s en overige portretten, probeer contact met model te krijgen.
(Met dank aan Nadine en Hans voor de tips) |