Home Artikelen Fotografen en hun werk Joost van den Broek

Fotoalbum foto

kust van zuid_afrika

Eigenaar: Nanda Nieuwhoff

fusion_527

Eigenaar: Arthur de Mie

Login Leden



Joost van den Broek Print Email
woensdag, 27 september 2006 13:32
Hans van Dijk had Joost van den Broek, freelance fotograaf van o.a. de Volkskrant weten te strikken om een avondje over zijn werk te komen praten. Daar zijn we Hans heel dankbaar voor, want het werd naar mijn bescheiden mening een leerzame en boeiende avond. Niet in de laatste plaats door de bescheiden maar vakkundige en open manier van presenteren van Joost. Hij begon met een kleine inleiding: Hij is 35 jaar. Heeft kunstacademie in Tilburg gedaan met als specialisatie reportage en portretfotografie. 12,5 jaar geleden studeerde hij af. Daarna reisde hij in ‘92/’93 door Bosnië. Wilde meer documentaire beelden maken. Niet zozeer aan het front op een tank. Is geen nieuwsjager, maar meer achtergrondfotograaf, van het dagelijkse leven. Heeft 3 keer serie aangeboden bij de krant. Daarna leverde hij (nu 10 jaar geleden) ook veel vrij werk aan. Hij was blij als ze iets van hem publiceerden. Ging voornamelijk naar Trouw, Parool of NRC omdat ze daar vrijwel niet in je foto snijden. Ook nu nog blijft hij er vaak bij als ze zijn foto opmaken. Zijn invloed kan heel groot zijn.

Inmiddels is hij een van de vaste fotografen van de Volkskrant; met z’n vijven bepalen ze het gezicht van de krant. Verder zijn er bij de krant nog een aantal freelancers en gastfotografen. Hij krijgt onderwerpen opgedragen. Bij een achtergrondverhaal of reportage werkt hij samen met de verslaggever, mits het klikt, qua visie. Het is niet per definitie nodig. Hij maakt de foto zonder dat hij zich wat aantrekt van de tekst. Zijn eigen mening over het onderwerp zie je terug in het beeld. Zijn foto’s zijn niet alleen dienstbaar. Zijn foto’s moeten iets toevoegen aan het verhaal. Beeld moet lading op beeldende manier weergeven met toegevoegde waarde. Hij wil ook geen specifieke opdrachten krijgen, maar hij moet zijn eigen keuzes kunnen maken. Hij wil niet alleen plaatje bij de tekst schieten. Liever omgekeerd. Als ze tegen hem zeggen, fotografeer die man in zijn werkkamer, dan doet hij dat niet. Hij fotografeert dan alleen de man’s gezicht bijvoorbeeld. Zijn opdrachtgevers weten dat ook en kunnen een eigen creativiteit van hem verwachten.

Ad van Denderen is zijn grote voorbeeld. Volgens Joost is dat de beste en bekendste fotograaf. Hij heeft net een nieuw boek uitgegeven. Ook Marcel Melle (jaren ‘80/’90) Daniël Koning (volkskrant portetfotograaf) en Marcel van de Berg (reportage/straatfotografie) zijn inspirators.

Soms gaat er heel veel tijd zitten in werk, dat je er in principe niet aan afziet als leek. Zoals de foto’s die hij maakte van vreemdelingen bij de vreemdelingenpolitie. Normaliter mag daar helemaal niet gefotografeerd worden, dus het was heel uniek en die mensen voelen zich al heel bedreigd. Heeft hem heel wat dagen gekost en heel veel films (circa 30). Qua rentabiliteit bracht het weinig op, maar ideologisch des te meer omdat dit beelden zijn die nooit gemaakt zijn. Daar gaat het bij hem om. Zijn vrije werk moet een bepaalde waarde voor de publieke opinie hebben. Dat houdt hem gaande en zal hem in de toekomst ook gaande houden. Datgene fotograferen waarmee hij mensen wakker kan schudden, iets speciaals kan laten zien. Beelden worden ook in de kranten steeds belangrijker voor de beeldvorming van het publiek. Ze moeten visueel geprikkeld worden willen ze de krant lezen. Hij geeft een voorbeeld van zijn foto van een billboard met de kop van Balkenende met een kudde schaapjes ervoor. Prachtige symboliek! Om dat zo te krijgen is hij wel vier of vijf keer naar die plek terug gegaan. Wat in de krant komt stuurt hij in bepaalde mate zelf, door zelf onderwerpen te kiezen waarvan hij vindt dat dat nog niet belicht is.

Hij wil niet alleen blanke dertigers voor zijn camera, maar ook bijvoorbeeld Marokkanen. Beroemd is zijn fotoserie van moslimvrouwen met verschillende hoofddoekjes. Daarvoor was hij op een bijeenkomst van deze vrouwen en vroeg aan alle vrouwen of ze voor hem wilden poseren. Slechts enkelen wilden dat wel.

Als hij een opdracht krijgt om een onderwerp te fotograferen probeert hij zich wel van te voren voor te bereiden. Bijvoorbeeld welk standpunt hij daar kan innemen. Zo zal hij als hij een demonstratie in Amsterdam moet verslaan liever niet de voorop lopende belangrijke politica fotograferen. Liever van betogers die op containers klimmen. Lukt er nou helemaal niets, dan klimt hij alsnog op het concertgebouw om de menigte te fotograferen. Hij levert nu altijd maar 1 foto in. Daar moeten ze het mee doen. Bijvoorbeeld voor de openingsfoto van de bijlage levert hij een kleurenfoto. Zowel kleur als z/w ontwikkelt hij zelf. Hij scant nu negatieven en doet met fotoshop wat anderen in doka doen. De kant en klare foto levert hij dan in.

Hij maakt veel portretten van beroemde personen voor de krant. Wat mij persoonlijk bij is gebleven is die alles zeggende kop van Kok. Hij had het helemaal gehad. Dat was duidelijk en dat heeft Joost haarscherp weergegeven. Hij heeft ervoor gezorgd dat Kok geen licht in zijn ogen kreeg, waardoor hij er nog vermoeider uitzag. Hij kreeg veel boze reacties op deze foto. De voorlichter zei zelfs dat hij niet meer langs hoefde te komen. Hij maakt de mensen ook niet mooier dan ze zijn. Integendeel. Abu Jahjah had hij heel bewust een heldere kant en een zwarte (duistere ) kant gegeven. Hierdoor beïnvloedt hij de kijker natuurlijk wel een beetje, al zegt hij zelf van niet. Joost staat met zijn camera los voor de persoon. Vrij dicht erop. En loopt om de persoon heen. Loopt hij iets naar links, dan draait de persoon zijn hoofd automatisch iets mee en dan kan het zo zijn dat er net mooi licht valt op zijn wang.

Hij neemt de portretten vaak bij daglicht met langere sluitertijden, 1/15 – 1/30, dan wel op statief met 400 iso. Of 160 iso met diafragma 2,8 of 4, bijna nooit dichter (heel soms 5,6)
Het lichtgebruik is essentieel in zijn werk. Roept reacties op. Vrij klassiek. Rembrandt verlichting: over de neus ook over andere oog. Allemaal bestaand licht. Expres, omdat hij dat mooi vindt. Hij kan niet met flits of softbox werken. Daarom langere sluitertijden (technisch moeilijker – met achtste seconde moet iemand goed stilzitten). Hij vindt het belangrijk om van tevoren te kijken naar compositie, uitstraling blik van de mensen. Hij werkt met rolfilmcamera, dus dat dwingt hem goed te kijken. Per portret kwartier à half uur zeer geconcentreerd werken. Schiet circa 2 films met 12 tot 24 foto’s per film per portret. Hij schiet dan een soort compositie/beeld met hele kleine verschillen qua licht, uitdrukking. Bijvoorbeeld Max van der Stoel. Is heel open en zijn gezicht is dan ook helemaal verlicht. Abu Jahjah is aan een kant helemaal zwart en heeft zijn hoofd iets naar beneden en kijkt je recht en indringend aan. Toch weet hij het liefst zo weinig mogelijk van de mensen. Hij werkt liefst op zijn gevoel. Natuurlijk weet hij wel bepaalde achtergrond van mensen, maar hij probeert dat niet te gebruiken. Hij werkt met de indruk van contrast. Bij raam invallend daglicht fotograferen met de schaduwkant van de kamer op de achtergrond (meten: bij 2 stops verschil wordt de achtergrond dan zwart). Heeft wel lamp bij zich als het heel donker is.

Hij is continue bezig goed om zich heen te kijken en te luisteren om goede ideeën voor foto-onderwerpen op te doen. Hij vindt zijn camera een goed excuus om zijn bescheiden nieuwsgierigheid te bevredigen. Zonder zijn camera zou hij heel veel niet aan mensen durven vragen. Met camera wel, bijvoorbeeld aan die dames met hoofddoekjes.

Judith