KADIR VAN LOHUIZEN: "EVEN NAAR HUIS BELLEN: DIT MOET OP DE VOORPAGINA HEBBEN GESTAAN" "Mag ik een jaar bij je thuis op de bank komen zitten?" Ook voor fotograaf Kadir van Lohuizen een ongewone vraag. Terwijl hij toch ongewone dingen doet. Hij kiest zelf zijn onderwerpen uit, de rest komt later. Geregeld beoefent hij zijn vak onder de moeilijkste omstandigheden. Hij zoekt nieuws dat het nog moet worden. Of belandt er "heftig" midden in. Zijn beelden zijn een en al realiteit. Vanaf een bank in Holland of eentje heel ver weg. Zijn ogen zijn doordringend. Vorsend, maar niet streng. Hij wil weten, zien en vastleggen wat hij belangrijk vindt. Die ogen hebben de bron van de rivier de Yangtze gezien, de zwetende lijven van Marokkanen in een Turks bad, de ongekende dofheid van Rwandezen die niets, maar dan ook helemaal niets meer te verliezen hebben. De doden als gevolg van geweld en angst en andere onbegrijpelijke ellende. Instrument Vlak bij één van die ogen houdt hij zijn camera en hij fotografeert. "Ik ben 35 jaar en autodidact. De camera werd mijn instrument om een verhaal te vertellen," zegt Kadir van Lohuizen. Hij heeft veel gezien en doorstaan, maar het eerste dat aan hem opvalt zijn die zoekende ogen. Die willen verder. Leerling De Foto-Academie in Den Haag laat in 1982 de 18-jarige Van Lohuizen niet als leerling toe. "Ik heb er pas les gegeven," zegt hij nu geamuseerd. In plaats van studeren gaat Van Lohuizen fotografen en reizen. Hij brengt ongeveer de helft van zijn tijd in Nederland door, de andere helft daarbuiten. Een week voor zijn komst naar de fotoclub zit hij nog in Ulaan Baatar, hoofdstad van Mongolië. Geen uitzonderlijke bestemming in zijn geval. In 1992 bijvoorbeeld bezoekt Van Lohuizen Noord-Korea. Het duurt zes maanden voor hij een journalistenvisum krijgt. Het is uitermate lastig dit land binnen te komen. Maar hij mag uiteindelijk twee weken de Volksrepubliek bezoeken met 24 uur per dag twee ‘tolken’ aan zijn zijde. "Als fotograaf wil je onzichtbaar blijven, maar met die twee begeleiders is dat lastig. En ook met mijn lengte natuurlijk.". De ogen van Kadir van Lohuizen kijken je vanaf bijna twee meter hoogte aan. Aan een aantal foto’s is het te zien. Zo klein kunnen ze daar in Azië toch niet zijn? "Ik stond niet op een stoel,", klinkt het uit het lange lijf van de fotograaf. Filmdecor "De hoofdstad van Noord-Korea, Pyongyang, is net een filmdecor," zegt Van Lohuizen. Zijn beelden bevestigen dat. Een tweede Arc-de-Triomphe in Azië kan bijna niet echt zijn, maar het ding staat er wel degelijk, "En alles tien centimeter groter dan het origineel," zegt de fotograaf. Sommige foto’s ziet hij van tevoren al aankomen. Gewoon een half uur op een bank voor een standbeeld gaan zitten. "Dat standbeeld blijft wel staan," zegt hij. De langslopende mensen vormen er een perfecte compositie mee die de fotograaf weet vast te leggen. Tas Hij laat de mensen zien wat hij van plan is. De camera komt niet moeizaam uit een tas, maar hangt om zijn nek. Maar hij reist wel geregeld op een toeristenvisum. Sommige regeringen respecteren hem en zijn collega’s niet om hun vak. "Ze willen dat je een instrument van hen wordt. Je wordt gezien als partij," legt hij uit. Inmiddels heeft hij een aantal prestigieuze fotografische onderscheidingen op zijn naam. Die bekendheid zorgt soms voor een handicap bij het aanvragen van een visum. Waar dit problemen kan opleveren haalt hij een visum op bij een ambassade in het buitenland, of hij doet zich voor als reiziger in een groep.Als journalistiek fotograaf voelt hij een grote verantwoordelijkheid voor de onderwerpen die hij kiest. Hij wil dat ze in het nieuws komen, of verwacht dat. "Nieuws is maakbaar" "Nieuws is maakbaar, " zegt hij. Maar vaak werkt het niet zo in de praktijk. Van Lohuizen bezoekt Kasjmir, een gebied waar zowel India als Pakistan aanspraak op maken. Tijdens zijn bezoek is de strijd zo hevig, dat er dertig doden per dag vallen. "Meer dan in Kosovo. Dan moet ik toch even naar huis bellen, want dit moet op de voorpagina hebben gestaan," verklaart Van Lohuizen. Maar Kasjmir is in Nederland geen nieuws. Hooguit op een binnenpagina van één landelijke krant. Vezels De man is gedreven tot in zijn vezels. Van een VN-medewerker hoort hij dat in Hong Kong oude alleenstaanden geen woning kunnen krijgen. Die zijn er in de dichtbevolkte shiny city alleen voor gezinnen. Huisbazen springen in op de situatie en verhuren de bejaarde Hong Kong-Chinezen kooien om in te wonen. Het verhaal grijpt Van Lohuizen zo aan dat hij naar Hong Kong reist. Hij legt de buurt vast waar de bejaarden wonen. En de kooien. Achter de façade van een gebouw met een verdieping of zes, onzichtbaar voor de buitenwereld, staan ze. Ook in etages. Woonplaats van afgedankte mensen. Vliegtuigen komen zo laag over dat het licht van Van Lohuizen zijn flits terugkaatst op de onderkant van een toestel wanneer hij vanaf het dak van het ‘woongebouw’ een overzichtsfoto maakt. De foto’s raken ook de toeschouwer, in een flits. De laatste jaren schrijft de fotograaf soms teksten bij zijn beelden. Wie anders kan beter vertellen wat ze eigenlijk betekenen dan degene die het direct zag? Freelance Van Lohuizen werkt freelance. In zijn geval betekent het, dat hij soms op eigen kosten op weg gaat, foto’s maakt en later een blad zoekt dat ze wil publiceren en betalen. Soms krijgt hij een voorschot. Aan het Parool vertelt hij in 1997 dat hij zo goedkoop mogelijk reist om zo lang op één plek te kunnen blijven. "De onzekerheid weegt op tegen de grote vrijheid," zegt hij nu in Hilversum. Zo werkt hij al tien jaar als fotograaf. Hij heeft het vele reizen nodig. "Ik kan me hier niet concentreren". Bank Toch fotografeert hij ook in Nederland. In opdracht van het Amsterdamse gemeente-archief zoekt en vindt hij een Marokkaanse familie in de hoofdstad. Hij volgt ze een jaar en levert aan het slot 20 foto’s in. "Mijn idee was een wat ander beeld te laten zien, zo persoonlijk mogelijk. De familie vinden had veel voeten in de aarde. Eigenlijk vraag je: ‘Mag ik een jaar bij je op de bank komen zitten?’ en ik wilde mee op vakantie. De beelden hebben intimiteit. Er is op de momenten gefotografeerd dat er ‘niks’ gebeurt. "Juist die momenten moet je hebben", legt Van Lohuizen uit. Hij gaat mee naar Marokko en legt vast hoe in het geboortedorp een koffiezetapparaat cadeau wordt gegeven. "Duurde een half uurtje voor ze wisten wat het was", zegt hij. Een weekblad plaatst de foto met als bijschrift: "In het dorp is geen elektriciteit". Maar niets is geënsceneerd. "Nee, dan kom ik op een hellend vlak," zegt de fotograaf en hij toont een dia van stomende mannen in een Turks bad. Ook daar is hij met zijn camera bij geweest. "Je loopt op een zijden draad. Je kijkt hoever je kunt gaan. Maar deze familie geloofde er zelf in". Na een jaar is Van Lohuizen zijn vooroordelen kwijt en hij heeft er een familie bij. Hij legde zo ook het leven van een Surinaamse familie vast hier en in de West. Een volgende familie zal uit Chinezen moeten bestaan. Maar voorlopig is geen enkel Chinees gezin bereid gevonden Van Lohuizen een jaar op de bank te hebben. Heftig Eén keer in zijn leven bepaalt Kadir van Lohuizen niet zelf zijn grenzen, maar worden die hem door de omstandigheden opgelegd "Het was één van de keren dat ik niet meer zo goed wist wat ik moest doen, wel of niet fotograferen. Ik wist het niet meer, zo heftig was het," zegt hij. Het is 1997. Van Lohuizen gaat naar Afrika waar zich het drama van Rwanda heeft vol-trokken. In Zaïre wachten tienduizenden vluchtelingen het noodlot af. Ze worden ingesloten door de rebellen van Kabilla. Iedereen wil weg. Ze wachten dagen op een trein. Als die komt, wringen zich duizenden mensen in de halfhoge wagonnetjes. Van Lohuizen springt met twee collega’s op de locomotief en fotografeert een ellen-lange rij staande mensen. "Op zich wel mooi, je moet weten dat het een trein is," zegt hij. Langzaam voltrekt zich een drama. Bij aankomst in Kisangani blijken honderd mensen - vooral vrouwen en kinderen - te zijn doodgedrukt. "Zo graag wilden ze weg". Dan stopt Van Lohuizen met praten. Zijn foto’s laten alles al zien. Tegenover kranten heeft hij uitgelegd dat hij en zijn collega’s eerst hulp hebben verleend en daarna maakte hij er foto’s. Hij kon niet anders. Onder de toeschouwers is het stil. Indrukwekkend stil. "Dus jij gebruikt Tri-X als film?," vraagt iemand. De spanning breekt. Tv-ploeg De treinreis is zonder twijfel zijn meest directe confrontatie met ellende die vrijwel direct wereldnieuws wordt. "Bij aankomst van de trein in Kisangani was er een tv- ploeg van Reuters. Ik was eerst kwaad dat zij bleven filmen. Maar twee uur later was de ramp wereldnieuws. De beelden gingen de hele wereld over." Van Lohuizen wordt zelf nieuws wanneer de jury van de Zilveren Camera hem de hoogste onderscheiding toekent voor de acht foto’s van het treindrama. World Press Photo kent hem voor de serie de tweede prijs toe in de categorie spot news. De fotograaf kijkt met gemende gevoelens terug op deze onderscheidingen. In Afrika praat hij met collega’s in een geïmproviseerd hotel om zo de eerste emoties kwijt te raken: "Bizar." Hij volgt vluchtelingen die gebruik maken van de grootste menselijke luchtbrug in de geschiedenis. 45-Duizend mensen worden Zaïre uitgevlogen. Van Lohuizen vliegt mee. "Ze konden het zich niet voorstellen. Deze mensen hadden drie jaar gelopen en waren met een Ilyusjin in een uur terug in Kigali, de hoofdstad van Rwanda," zegt hij. Eén gezin volgt hij tot en met de hereniging met familieleden in Rwanda. Mongolië Zijn jongste reisdoel brengt hem naar de jongste hoofdstad in de wereld: het Mongoolse Ulan Baatar. 70 Procent van de inwoners is er jonger dan dertig. Hij doet er iets nieuws: fotograferen in kleur, terwijl totnogtoe al zijn werk in zwart-wit is. Mongolië is een tussenstop op weg naar huis vanuit Tibet. Hij kent dit laatste land goed. De beelden die hij er maakt, lijken uit een groots geregisseerde film te komen. Jonge boeddhisten rollen een enorm kleed op vlak bij een tempel. De echte regisseurs van het spektakel zijn drie Chinese militairen op de achtergrond. De foto zelf is naturel. Voorjaar 1999 komt er een fotoboek Tibet. Van Lohuizen bezoekt in dit land ook de bron van de rivier de Yangtze. Een nieuw project, waarbij hij vijf rivieren volgt van begin tot eind. Hij was al bij de Niger en de Ganges. Op zijn lijstje staan verder nog de de Mississippi en de Rijn. "Het hoeft niet altijd nieuws te zijn", zegt hij. "Op" Hij reist met 2 NIKON FM-2’s, een 28 mm, een 35 mm en een 80-200. Niet bijzonder eigenlijk. Maar aan het einde van de avond toont hij een stapel bladen met afdrukken van zijn foto’s. "Op," zegt hij nuchter als afsluiting. Maar zijn ogen verraden dat er meer komt. Die raken nooit uitgekeken. Hans van Dijk Kadir van Lohuizen was 29 oktober 1998 te gast bij Fotoclub Perspectief Hilversum. Hij publiceert onder meer in Vrij Nederland, die Tageszeitung (Berlijn), De Morgen (België), Libération (Frankrijk) en the Independent (Groot-Brittannië).
|