COR JARING: EEN SPEELSE, PROVOCERENDE EN BLOEDSERIEUZE FOTOGRAAF "Teder en gehard tegelijkertijd, vol van de speelsheid die de Amsterdammer eigen is, en ook doordrongen van het besef dat de gefotografeerde evenementen uit die roemruchte roerige jaren tot het historisch arsenaal van de hoofdstad behoren." Aldus brengt Simon Vinkenoog een ode aan Cor Jaring in diens fotoboek 'Jarings jaren '60, beelden van een roerige tijd.' Jaring fotografeerde Provo en later Flower Power, maar dan van binnenuit. Hij werd er beroemd mee. Volgens eigen zeggen wil elk museum die foto's hebben hangen. Dit jaar wordt de fotograaf 62, nog altijd speels, provocerend en bloedserieus tegelijkertijd. Wie maakt er met een groep volwassenen en kinderen nog ooit zo'n speelse fotoserie als 'De verschrikkelijke sneeuwvrouw', zoals Jaring die laat zien? Op de vlakten van Ruigoord gaat een enigszins Middeleeuws uitgedoste groep op zoek naar de sneeuwvrouw. Ze wordt uiteindelijk gevonden - een schepsel met lange rubberen hangborsten, huishoudhandschoenen lijken het wel, maar dan met één vinger als tepel, lang draderig haar en de uitstraling van een heks en fee tegelijk - en meegevoerd naar het basiskamp. Jaring heeft grote schik in de serie. Hij is fotograaf, maar bovenal kunstenaar en in die rol heeft hij jarenlang serieus naar allerlei vormen gezocht om zijn kunst in foto's handen en voeten te geven. "Ik haat het woord amateur-fotograaf", zegt hij stellig. "Je doet het, of je doet het niet. Rembrandt en andere groten zijn ook begonnen met fröbelen." Klompen Met vrienden staat Jaring begin jaren zeventig aan de wieg van de Insectensekte, een groep die zich zorgen maakt over het verdwijnen van de vlinders. Deze voorloper van de milieubeweging ontstaat lang voordat Greenpeace in Nederland voet aan de grond krijgt. De sekte constateert dat de vlinders verdwijnen - 'Moeder waar zijn de vlinders heen?' - en heeft er een verklaring voor: "Dat komt door 'de,de, te' dat gebruikt wordt tegen slaapmuggen in Afrika", oppert Jaring. De groep maakt Solextours door Nederland en Jaring maakt de foto's en is 'deskundologies' bezig. Wat dat is? Nou simpel: "Wat je op je klompen kan aanvoelen en je niet boven de pet gaat". Er komen meer organisaties, zoals 'Het Resistentie-orkest' of de Wandelvereniging 'Vroeg uit de veren, vroeg bij de pinken' onder het motto 'Ontbijt bevrijd'. En het V.V.V.V.V. wordt opgericht, het Vakverbond voor Verschikkelijk Vrolijke Vrienden. Insectensektelid 'Dokter Maximiliaan' vindt het 'Immuunblauw' uit, dat in heel veel foto's uit die tijd is terug te vinden. Het is een beetje pop-artachtige kunst met bijzondere voorwerpen die met veel moeite bij elkaar zijn gebracht en vooral met blauwgekleurde vlinderafbeeldingen. Ook koeien moeten eraan geloven: de groep schildert een koe rood-wit-blauw, er komen rood-wit-blauwe NL-stickers die staan voor 'Nederland lacht'. De foto's zijn tableaus vivants in groene weiden, of op vuilnisbelten waar één van de belangrijkste doelen van de Insectensekte wordt gerealiseerd: het redden van oude fietsen. "Het trappen op een fiets hoort tot de meest gekke en unieke beweging die een mens kan maken, vandaar dat we fietsen gingen redden", zegt Jaring, ooit zelf twee keer Nederlands kampioen wielrennen. 'Verveling is vervuiling' heet het in die dagen. "Het ziet er achterlijk uit, maar het is bloedserieus", benadrukt Jaring nog eens. Hijzelf lacht mee bij de fotoserie over het 'Openbaar kunstgebit' waarin een koe een kunstgebit wordt aangemeten. Er zijn ontwerpen bij met schaakstukken als tanden, of kaarsjes. En ook de uitvoering met borsteltanden is heel fraai. Verrukt Waar het te doen was die dagen, daar was Jaring, zo lijkt het wel. Hij fotografeert in het Hilton Hotel Amsterdam de dagenlange vredesmissie in bed van John Lennon en Yoko Ono, maart 1969. De kamer is er nog, het bed staat er nog op dezelfde plek als destijds. Hilton biedt nu zelfs een arrangement aan in de John en Yoko suite, compleet met vervoer per Rolls Royce, zoals het vredeskoppel zelf destijds naar het hotel kwam. Jaring fotografeert in 1967 Phil Bloom. "Wie is Phil Bloom?" vraagt een twintiger in de fotoclub zich hardop af. Bloom is ook een kunstenares die voor altijd haar reputatie vestigt door als eerste vrouw naakt op de Nederlandse tv te verschijnen. Ze leest in het programma 'Hoepla' een krant en laat die helemaal zakken tot ze bloot in haar stoel is te zien. Er gaat een schok door het land over het doorbreken van dit taboe. Cor Jaring heeft de foto's van Bloom en John en Yoko meegebracht. Sommige mensen reageren er verrukt op, puur uit herkenning, want twee mensen in bed, of één vrouw bloot zijn we allang gewend. De jaren zestig daarentegen moeten een heel opwindende tijd zijn geweest. Eén van de leden van de fotoclub maakt het als 23-jarige mee tijdens twee jaar studie in Amsterdam: "Alles kon, alles mocht, vooral 's nachts. Je rookte, je dronk - nou ja, niet meer dan twee pilsjes op een avond, want meer kon je niet betalen. En je zat op de Dam, want dat was heel spannend", zo herinnert ze zich breed glimlachend. Het is de tijd van Provo, oorspronkelijk een blad, later een beweging, die in 1965 wordt opgericht onder anderen door Cor Jaring zelf. Het zwart-wit fotowerk dat hij binnen de beweging maakt, is nog steeds smulwaar voor sociaal geschiedkundigen. Een historisch document. Op de foto's dragen jonge mannen lang haar en baarden en stickers tegen de Vietnamoorlog op de revers van hun jas. 'Kabinet Marijnen valt' is nog net als kop op een opgerolde krant te lezen die dus van begin 1965 moet zijn. Jongeren verzetten zich tegen de macht en het gezag van ouderen. Provo komt van provoceren. Bij het beeldje van Het Lieverdje - op het Spui - houdt Provo op zaterdagavonden happenings. Daar worden 'witte plannen' in praktijk gebracht. Bijvoorbeeld een Witte Fietsenplan om aan iedereen in de stad vervoer te bieden. Of een van de voormannen van Provo, Robert Jasper Grootveld, danst uitgedost en opgeschilderd als rookmagiér rond het beeldje, dat zelf ook is beschilderd of anderszins aangepast. Provo was niet alleen maar leuk, de groep had wel degelijk idealen. En ook de reactie van de autoriteiten op de beweging is heftig en volgens de oude stramienen die gehoorzaamheid aan het gezag verlangen. Kladeradatsch Harry Mulisch beschrijft een happening en het ingrijpen van de politie in augustus 1965. "Op het moment dat de twee wijzers van de elektrische klok elkaar dekten, was Grootveld ergens vandaan verschenen, magisch beschilderd, gemaskerd, uitgedost en wel. In zijn armen had hij een verlept bosje bloemen. Terwijl de Provo's Ugge-ugge begonnen te zingen, probeerde hij bij het Lieverdje te komen: een vreemde anachronistische verschijning tegen de achtergrond van auto's, uniformen en menigte. Een inspecteur stuurde hem met een handgebaar terug. De Paus werd niet toegelaten tot het hoogaltaar van de Sint Pieter: meteen kwamen alle provo's schreeuwend van de trottoirs en begonnen tussen de auto's door naar het Lieverdje op te dringen - op hetzelfde moment trokken de agenten hun sabels en de charges waren overal aan de gang. (...) De Grote Kladderadatsch was begonnen", aldus Mulisch. Op een foto van Cor Jaring zie je twee agenten met pofbroek, hoge laarzen en de wapenstok losjes in de handen achter hun rug, kijkend naar de protesten voor hun neus. Silhouet van het tanende gezag. Niet alle foto's zijn even goed afgedrukt, of scherp. Het stoort Cor Jaring niet. Hij provoceert nog steeds een beetje. Zo verhaalt hij over Gerard van het Reve: "Die man heeft een dikke. Zo'n dikke heb ik nog nooit gezien. Zelfs de beroemde Amerikaanse honkballer Babe Ruth heeft nooit zo'n dikke knuppel in zijn handen gehad". En over die niet zo goed gelukte foto's? "Net niet goed is niet goed", haalt Jaring zijn overleden vriend Bert Haanstra aan. "Ook goed dan", voegt hij er Amsterdams aan toe. Misdrukken of een andere volgorde: het stoort Jaring niet. "Heb ik deze dia's al laten zien?", vraagt hij en steekt nog een sigaret op en hij zet nog eens de fles bier aan zijn mond onder de fraai krullende snor en begint aan wéér een nieuw verhaal. De man heeft meer verhalen dan er in die snor haren zitten. Krasje Cor Jaring is zijn fotocarrière ooit begonnen in het leger. Een kapitein maakt hem hoofd van de fotokamer en zet hem zo op het spoor. "Ik fotografeerde alles onscherp", zegt Jaring over die tijd, "Maar dat was toen in de mode en ik won er fotowedstrijden mee". Wanneer Jaring later brandwacht wordt in de Amsterdamse haven gaat de camera mee. Het is een Leica M2 met een 90-mm lens die hij vanwege de vorm 'lulletje' noemt. Jaring maakt er dia's mee die inmiddels 35 jaar oud zijn. Soms is er een vochtplekje op te zien of een krasje. Maar het valt bijna niet op door de kracht van de portretten. Ze laten precies de havenwerkers zoals ze zijn, of moet je zeggen zoals iemand die zich voor zou stellen. Stoere mannen hangen wat lacherig tegen elkaar of ze sjorren aan zware balen thee in een scheepsruim. Ze rijden met kleine bulldozers door het graan en vooral door het stof in het ruim dat bijna te verstikkend is om naar te kijken, laat staan om de hele dag in te werken. Guano, gedroogde vogelpoep, wordt met de hand uitgeschept. Havenwerkers 'dansen' op spekgladde en loodzware tropische boomstammen in een ruim. Het licht valt door het open dek op de hoofden van de mannen en is magnifiek vastgelegd door Jaring. "Ze konden mij allemaal, daarom was het makkelijk ze te fotograferen", zegt hij over zijn vroegere collega's. "Die ongedwongenheid lukt jullie niet. Ik heb er zelf nog wel eens moeite mee. Op de Veemarkt in Purmerend zomaar een boer op de foto zetten. Ik doe het, maar ik vind het nog steeds raar. In de haven was dat gemakkelijker." Het verdwijnen van dit deel van de haven - een groot deel is veranderd in woonwijken - gaat Jaring aan het hart. "De sjeu is eraf en een heleboel kennissen is al dood", klinkt het ietwat sip om daarna ineens blij te wijzen naar een dia met een stoere jonge man in een blauw onderhemd. "Die zag ik vorige week nog. Hij is nu helemaal kaal!", roept Jaring. "Ik drink nog wel eens wat met die jongens in het bejaardentehuis bij mij in de buurt". Je kunt het je niet indenken. De dia's zijn zo levendig, dat het lijkt of ze gisteren werden gemaakt. Jaring heeft nu een aantal fotoprojecten onder handen. "Natuurlijk fotografeer ik nog, wat is dat nou voor een vraag?", zegt de 61-jarige bijna beledigd. "Maar weet je, ik word wat blasé. Ik wil steeds maar beter werk maken en dat is lastig", voegt hij er zacht aan toe. Daar kan een mens zich wat bij voorstellen. Hans van Dijk Cor Jaring bezocht de fotoclub op 23 april 1998. Ook enige tientallen leden van clubs uit de regio hebben deze avond in Hilversum bijgewoond.
|