RIEN WELMAN: "ALS JE IN HET BUSJE BLIJFT, OF IN JE TENT LIGT TE ROTTEN, ZIE JE HET NIET." Een film kan nooit meer dan zeven stops aan contrast overbruggen. "Meer kan echt niet", zegt fotograaf/docent Rien Welman. Maar tussen het gemak waarmee hij fototechniek uitlegt en de inspanningen die hij doet om echt alles uit een opname te halen, zitten veel meer dan zeven stops. Hij is ambachtelijk en toch het liefst amateur. Vroeg in de ochtend of laat op de dag, als het licht optimaal is. En vooral dicht bij 'mensen in het wild'. "Ja, hoe gaat dat op een fotoclub? Je maakt aardige beelden en op een gegeven moment komt de voorzitter vragen of je wilt meedoen aan een rayonwedstrijd. Dat doe je en er komen stickers achter op je foto's", vertelt fotograaf Rien Welman droogjes over het begin van zijn carri`re. Een sticker betekent dat er bij een wedstrijd van de Fotobond succes is behaald. Dan komt de voorzitter opnieuw aankloppen. Welman: "Die zegt: is BMK niks voor jou?", Een foto-amateur in de BMK-klasse is zoiets als een zwarte band in judo. Ook Rien Welman weet na verloop van tijd in deze Bonds Meester Klasse te belanden. Maar of dat leuk is?: "Je gaat terug naar je club, maar daar vinden ze je intussen een arrogante zak. Op dat moment val je in een diep zwart gat, want je wilt meer." Kleinbeeld 'Meer' betekent voor BMK-er Rien Welman, dat hij op een zaterdagmiddag met de stoute schoenen aan en zijn foto's onder de arm een galerie binnenstapt. Wat hij daar te horen krijgt valt niet mee. "Kleinbeeld zeker, afgedrukt op plastic papier? Dat kan echt niet", citeert Rien Welman de galeriehouder. Welman past zich aan de galerie-eisen aan en koopt betere apparatuur. Hij wordt een echte beroeps. Maar in zijn hart is hij amateur gebleven. Hij is zijn afkomst trouw en laat dat graag en duidelijk merken. Rien Welman heeft een gezellig buikje. Hij praat smakelijk en met gevoel voor zijn publiek. "Ik ben hier vanavond eigenlijk als amateur-fotograaf. Leuk, hé? Een amateur-fotograaf is een liefhebber fotograaf. Het wil niet zeggen, dat je het niet kunt." Instemming uit de zaal valt Welman ten deel. Hij is nog maar af en toe professioneel met fotografie bezig. "Dat wordt gelukkig steeds minder", zegt hij. Van de foto's die hij laat zien, zijn er maar drie in opdracht gemaakt, de rest is tot stand gekomen uit plezier. Dat vindt-ie veel belangrijker. Namaken Dat Welman het zelf wél kan, blijkt uit zijn beelden en zijn fototechniek. Maar hij blijkt bovendien alles aan de fotografie uit te kunnen leggen. Waarom gek is van landschappen waar de mens niet heeft ingegrepen bijvoorbeeld, maar ook hoe een opname technisch in elkaar steekt. Welman zijn beroep is docent en dat merk je. Qua techniek mag je alles van hem weten: "Ik ga er van uit, dat je een foto toch nooit kunt namaken." Dan geeft docent Welman een lesje belichten voor zwart-witfotografie: "Er moet briljantie in de foto komen. Je meet daarvoor de belichting op je hoofdmotief en dan op het deel dat het meest donker is en toch doortekend moet zijn. Als je de meting hebt gedaan, draai je het diafragma twee stops dicht. Over de lichte partijen in je foto hoef je je geen zorgen te maken, die lopen wel mee." aldus Welman. Om nog meer zekerheid te krijgen, maakt Welman liefst drie opnames achter elkaar. Eén met een stop minder, één met een stop meer. "Dan kun je er in de doka altijd mee werken. Je kunt een foto niet zomaar opnieuw maken. Even terugfietsen gaat niet." De truc is niet meer dan zeven stops te moeten overbruggen tussen licht en donker. Meer kan een film niet aan. De fotograaf gaat in discussie met de club over het fotograferen in bijvoorbeeld Zuid-Frankrijk, midden op een zomerse dag. Dat is volgens hem niet te doen, omdat het contrast er nou eenmaal groter is dan zeven stops. Het enige dat je volgens Welman kunt doen in een contrastrijke situatie is een 400-ISO film gebruiken, want die geeft van zichzelf minder contrast weer. Proefstroken Ook in de doka komt een afdruk niet in één keer tot stand. "Een zwart-wit contactafdruk van de negatieven 'spoort' niet, zoals ze bij ons in Schagen zeggen", legt Welman geduldig uit. "Je kunt er niet zoveel aan zien. Er zijn fotografen die in de doka op gevoel een bepaalde belichtingstijd nemen en dan is de foto af. Nou, zo werkt het niet", zegt Welman, "In de doka begint het pas." Met zijn 25 jaar ervaring gebruikt hij nog altijd proefstroken - en overigens ook altijd dezelfde film en ontwikkelaar en hetzelfde papier. Eerst maakt hij een zogeheten 'nulafdruk' die het juiste contrast heeft, bijvoorbeeld door het juiste gradatiefilter te gebruiken bij multi-contrastpapier. Maar delen van de foto hebben natuurlijk meer of minder licht nodig. Welman schrijft dan de percentages op waarmee hij de belichtingstijd verlengt, of het licht wil tegenhouden. "Niet in seconden, maar in procenten, want die kun je gebruiken voor elk foto-formaat. Een grotere foto heeft een langere belichtingstijd nodig en die is dan zo om te rekenen." Bovendien gebruikt Welman graag lange belichtingstijden: "Anders heb je niet de tijd om je handen of een rondje van karton aan een ijzerdraadje over de foto te bewegen en zo het licht tegen te houden." Het minutieuze werk levert aangenaam ogend werk op: een bijna zwarte maar nog doortekende aarde, heldere bergen en wolkenslierten in een fraaigrijze lucht in één beeld gecombineerd. "Hier zijn twee belichtingen gemaakt op de lucht, twee op het midden van de foto en twee beneden. Die moeten netjes op elkaar afgestemd zijn", legt Welman uit. Eén (winter)avond in de doka is goed voor twee vergrotingen van 40 bij 40 cm, sneller kan en mag het niet volgens Welman. Hij houdt erg van dit ambachtelijke deel van de fotografie. Het geeft hem de mogelijkheid de werkelijkheid weer te geven zoals hij die zelf ziet. Welman laat bijvoorbeeld een portret van een meisje zien. Aan de randen heeft hij het beeld zachter gemaakt met filters. Daarvoor gebruikt hij goedkope UV-filters die hij met hulp van een wattenstaafje insmeert met vaseline of boter. Dat kan bij het maken van de foto, maar ook later in de doka. Welman heeft geen zin om standaardfilters te gebruiken; "Want dan krijg ik hetzelfde effect als anderen". Het nadeel van zijn methode is dat het maar één keer kan. Contact Welman heeft duidelijk keuzes gemaakt in zijn manier van werken. Dat geldt voor de techniek, maar zeker over voor de manier waarop hij 'mensen in het wild' - zoals hij dat noemt - benadert. Hij kiest voor nooit meer dan een 50 mm lens. Het dwingt hem contact te maken met de mensen die hij fotografeert en dat is volgens hem terug te zien . Hij reist door Turkije met onder meer een 24-mm lens en een Turk als gids. Het brengt hem op plekken waar geen toerist komt en in heel direct contact met de bevolking. "Je hoort erbij", verklaart Welman onder het tonen van indringende portretten van twee meisjes op een bank tegen een haveloze muur, of een echtpaar voor hun huisje. Zij houdt haar man stevig vast. "Hij is blind", zegt Welman. Een georganiseerde reis is aan Rien Welman niet besteed. Behalve de mens in hem verzet ook de fotograaf zich daartegen. "Je komt op de mooiste plekken als het licht het meest verkeerd is, 's middags dus. Beter is het om heel vroeg of heel laat te fotograferen. De lichtval is dan mooier en er is minder contrast dan midden op de dag. Als je in het busje blijft, of je ligt in je tent te rotten, dan zie je het niet", is zijn reisadvies. Candid Welman lijkt zich in mensen te willen verdiepen. Het is voor hem de basis van het bespreken van foto's, een techniek waarin hij cursussen geeft. "Je moet je verdiepen in de drijfveren van de maker en er altijd iets positiefs van zeggen. Dat is heel moeilijk. En bij clubs werkt het soms als volgt: O jee, hij is de voorzitter, dus ik moet er iets goeds van zeggen.... Of je hoort: ja maar dat is candid, alsof dat niet mag. Welman bespreekt foto's van leden van Perspectief en doet dat heel vlot en opbouwend. Er zit bijvoorbeeld een collage bij van Koninginnedagfoto's. "De moeite waard", oordeelt Welman, maar wat hoor je als die wordt ingezonden voor een wedstrijd bij de Fotobond? Het voldoet niet aan de reglementen, hoeveel foto's zijn dat wel niet?" Docent, consulent en nog een beetje professioneel fotograaf. Maar bovenal bezig met kwaliteit. "Ik ben begonnen met een oude camera van mijn vader. Maar ik wilde naar 6x6 formaat. Dat werd eerst een Mamiya en later een Hasselblad. Ik gebruik kleinbeeld nu alleen nog voor dia's en een meetzoekercameraatje voor mensen in het wild. Een ander wil een mooie auto, ik wilde een Hasselblad en na twintig jaar is dat gelukt. Er zijn nu mensen met een camera die zeggen: er zitten wel zeven programma's op!, maar uiteindelijk gaat het allemaal om een diafragma en een sluitertijd. Veel meer zit er op die Hasselblad niet. Als je die camera hebt en het lukt niet, dan ligt het toch echt aan jou", aldus Rien Welman, liefhebber fotograaf. Hans van Dijk Rien Welman bezocht Fotoclub Perspectief Hilversum op 28 mei 1998. Hij maakt niet alleen zwart-wit, maar ook kleur. Altijd op 100 ISO diafilm en als afdruk op cybachrome papier.
|