|
In de tips komen soms woorden tegen die uitleg vergen. Hieronder een lijst van woorden uit de fotografie. Anti-aliasing Aliasing is de gekartelde rand bij gebogen lijnen of diagonalen die bij extreem uitvergrote foto’s zichtbaar wordt. Anti-aliasing is een techniek om deze gekartelde rand enigszins uit te vlakken. Artefacts Dit zijn storende fouten in een foto, verkregen door onder andere een te hoge compressieverhouding in het JPEG-formaat. Zo kunnen bijvoorbeeld in een egale blauwe hemel vierkante kleurvlakken zichtbaar worden. Ook ruis en halo’s zijn artefacts. Autofocus Een automatisch systeem waarbij de camera scherpstelt op het onderwerp, gewoonlijk in het centrum van het beeld. Meer geavanceerde toestellen hebben de mogelijkheid om andere of bijkomende scherpstelvlakken te selecteren. APS Advanced Photo System, dit is een formaat van film camera’s waarbij het negatief als afmetingen 25,1mm x 16,7mm heeft. Veel digitale camera’s hebben een APS-size sensor met ongeveer dezelfde afmetingen. Belichting Het toelaten van een bepaalde hoeveelheid licht gedurende een bepaalde tijd op de beeldsensor. Belichtingscompensatie De door het fototoestel gemeten belichtingswaarden kunnen door omstandigheden foutief zijn. Zo kan het fotograferen van bv een sneeuwlandschap de camera gaan onderbelichten. De fotograaf kan hierop inspelen door sneeuwlandschappen te compenseren met +1EV (Exposure Value). De camera gaat in dit geval 1 stop langer belichten dan gemeten werd. Beeldformaat De techniek waarop de digitale foto elektronisch wordt opgeslagen. Meest bekende en gebruikte beeldformaat is JPEG, maar er zijn nog tientallen andere formaten (TIFF, BMP, GIF, … ) met elk hun eigen voor- en nadelen. Beeldverhouding De verhouding tussen hoogte en breedte van een foto. Analoge fototoestellen gebruiken traditioneel het 2/3 formaat met een dia of negatiefformaat van 24x36mm. Ook de meeste digitale SLR’s houden zich aan 2/3 verhouding. Heel wat digitale prosumers of compact digitale camera’s hebben een 4/3 verhouding voor een beeldvullende weergave op tv- of computerschermen. Bestandsgrootte De omvang van het bestand waarin de digitale foto wordt opgeslagen in de computer of op de verschillende gegevensdragers zoals geheugenkaartjes, cd-rom,… Deze bestandsgrootte is onder andere afhankelijk van het aantal pixels op de foto, de kleurendiepte, de gebruikte compressietechniek (JPEG, TIFF,… ) en toegepaste sterkte van deze techniek. Bijsnijden (Cropping) Een veelgebruikte methode in fotobewerkingssoftware waarbij ongewenste (storende) delen van een foto worden afgesneden. Ook gebruikt om een foto een ander formaat te geven of om de compositie te verbeteren. Bitmap Een door Microsoft Windows gebruikte afbeeldingsformaat zonder compressie en dus ook zonder kwaliteitsverlies maar met als nadeel een zeer grote bestandsomvang. Ook bekend als het BMP bestand. Blooming Indien een beeldpixel op de sensor overbelicht wordt, kan dit ook invloed hebben op de ernaast gelegen pixels. Dit geeft het uitvloeieffect dat soms zichtbaar wordt indien een voorwerp naast een sterke lichtbron of voor een lichte achtergrond staat. Bokeh De term bokeh is afkomstig uit het Japans en wordt gebruikt om de esthetische kwaliteit van onscherpte uit te drukken. Bokeh is dus een beschrijving van het onscherpe gebied in een foto. Een goede bokeh of een slechte bokeh wil zeggen : de onscherpe voorgrond en/of achtergrond van die foto is mooi of niet mooi weergegeven. Het is de vorm en de aard van de verstrooiingscirkels die de kwaliteit van de bokeh bepalen. Bracketing Het nemen van een aantal foto’s na elkaar, waarbij de belichting in meer of mindere mate afwijkt van de door het fototoestel gemeten waarde. Wordt gewoonlijk toegepast bij zeer moeilijke lichtomstandigheden die niet garanderen dat het fototoestel een correcte lichtmeting zal toepassen. Brandpuntsafstand De afstand tussen het optische centrum van een lens en de beeldsensor, uitgedrukt in mm. Hoe korter deze afstand, des te groter de beeldhoek. Men spreekt dan over een groothoeklens. Langere brandpuntsafstanden geven kleinere beeldhoeken, dit zijn telelenzen. Buffer Tijdelijke opslag van de beeldgegevens (data) in de camera. Noodzakelijk omdat de beeldgegevens in de camera eerst moeten verwerkt worden en dan tegen een relatief lage schrijfsnelheid naar het opslagmedium geschreven worden. Dit maakt het mogelijk om toch snel na elkaar enkele foto’s te nemen. Indien de buffer vol is, moet soms enkele seconden gewacht worden alvorens een volgende foto kan gemaakt worden. Meer geavanceerde of professionele fototoestellen hebben een grote buffer en kunnen langere tijd meerdere foto’s per seconde maken. CCD Charge-coupled device, een zeer kleine lichtgevoelige cel. Miljoenen van deze cellen maken de CCD-chip of beeldsensor die het hart is van vele digitale camera’s. CMYK Afkorting van Cyaan, Magenta, Yellow (geel) en Key. Met de drie primaire kleuren kunnen volgens de subtractieve kleurenmenging de meeste gedrukte kleuren weergegeven worden. CompactFlash De CF-geheugenkaartjes behoren tot de meest gebruikte soort uitwisselbare opslagmedia voor in de digitale camera. Afmetingen: 42.8 x 36.4 x 5.0mm voor de CFII kaartjes en de Microdrive. CFI is slechts 3,3mm dik. Compositie Het samenvoegen of schikken van alle onderdelen om een mooie foto te maken, of de camera zodanig richten dat het (hoofd-)onderwerp op de meest ideale positie op de foto komt. Contrast Het verschil tussen de meest lichte tinten en meest donkere tinten, dit bereik noemt men contrast. Een foto met weinig contrast heeft weinig uitgesproken donkere of lichte tinten en veel gelijkmatige tinten. Een contrastrijke foto heeft veel lichte en donkere tinten met weinig tussentinten. Copyright Het eigendomsrecht of auteursrecht van de fotograaf om zijn originele werk te beschermen tegen ongeoorloofd gebruik. Compressieverhouding Een aantal beeldformaten waaronder het populaire JPEG laten toe om de verhouding kwaliteit/compressie in te stellen bij het opslaan van de foto. Een hoge kwaliteit/lage compressie verhouding heeft weinig of geen detailverlies maar als nadeel de grote bestandsgrootte. Een lage kwaliteit/hoge compressie verhouding kan wel detailverlies en artefacts vertonen, het voordeel is de kleine bestandsgrootte. Er zijn ook beeldformaten (TIFF) die compressie toepassen zonder kwaliteitsverlies. Dit noemt men lossless compression. Met deze methoden is het beeldformaat echter aanzienlijk groter dan de 100% kwaliteit / 0% compressie verhouding van JPEG. Chromatic aberration Bij contrastrijke onderwerpen en tegenlicht kan er soms een purperen randje verschijnen (Purple fringing). Vooral consumercamera’s en goedkope lenzen zijn gevoelig voor chromatic aberration. De oorzaak ligt in verschillende golflengten licht die door de lens niet op exact dezelfde plaats worden scherpgesteld op de beeldsensor. Om dit fenomeen te omzeilen hebben de lenzenfabrikanten apochromatische lenzen ontworpen. Cropping Een veelgebruikte methode in fotobewerkingssoftware waarbij ongewenste (storende) delen van een foto worden afgesneden. Ook gebruikt om een foto een ander formaat te geven of om de compositie te verbeteren. Depth of field (DOF) (DOF of Depth of field) Het gebied vóór en achter het punt waarop is scherpgesteld en waarin alle voorwerpen als scherp afgebeeld worden ervaren. Met behulp van zogenaamde DOF-calculators kan berekend worden hoe groot dit gebied is, rekening houdende met brandpuntsafstand, diafragma, enz. Desaturatie Het naar omlaag brengen van de kleurverzadiging in een foto. Hierdoor worden de kleuren minder uitgesproken tot zelf volledig grijs. Diafragma Een aantal cirkelvormig opgestelde lamellen die elkaar overlappen en daardoor de hoeveelheid licht bepalen die door de lens valt. Digitale Zoom Op elektronische wijze wordt een selectie uit het beeld uitvergroot om zo het onderwerp “dichterbij” te halen. Een aantal beeldpixels worden kunstmatig bijgemaakt waardoor detail verloren gaat. De optische zoom heeft dit nadeel niet. Dithering Techniek van pixels vermengen, waardoor de indruk ontstaat dat er extra kleuren aanwezig zijn. DPI Dots Per Inch, het aantal puntjes per inch (2,54mm). Hoe meer puntjes per inch (hogere DPI), hoe beter de kwaliteit. Belangrijk bij het afdrukken van digitale foto’s waar 300 DPI een richtwaarde is. Op beeldschermen worden foto’s weergegeven aan 72 DPI. Dynamisch bereik Dit is het bereik in lichtsterkte waarin een camera in één beeld nog detail kan weergeven zowel in de donkerste schaduwpartijen als in de helderste delen. EXIF (Exchangeable Image File) Behalve de beeldgegevens wordt ook deze extra informatie in het beeldbestand geschreven. De EXIF bevat nuttige informatie zoals datum en uur van opname, maar ook heel wat technische gegevens van de camera bv: sluitertijd, diafragma, … Filter 1) het toepassen van bepaalde effecten in fotobewerkingsprogramma’s. 2) een glazen element dat gewoonlijk vooraan op het objectief wordt geschroefd en die een bepaalde soort licht uitfiltert. Meest bekende is hier de UV-filter die tevens dienst doet als bescherming tegen krassen op het voorste lenselement. Enkele dure lenzen hebben de mogelijkheid om bepaalde filters aan de camerazijde te monteren. Firewire Een voor zeer snelle gegevensoverdracht gebruikte standaard. Ook bekend als iLink en IEEE 1394. De overdrachtsnelheid tussen computer en randapparatuur ligt hoger dan de USB standaard. Firmware De software die de digitale camera bestuurt. Bij heel wat camera’s kan de firmware geüpdate worden om verbeteringen of aanvullingen in de besturingssoftware mogelijk te maken. Fixed Focus Een lens met een vast brandpuntsafstand. Heel vaak geven deze een scherper beeld dan de veelgebruikte zoomlenzen. Flare Een ongewenste lichtweerkaatsing in het lenzensysteem wat vlekken, strepen of cirkels op de foto laat zien. Gebeurt meestal bij het fotograferen in tegenlicht en/of het fotograferen van lichtbronnen (zon, straatverlichting, …). Wordt soms ook creatief toegevoegd aan foto’s met fotobewerkingssoftware. Formatteren Het volledig wissen van een geheugenkaart (of harde schijf). Alle informatie gaat verloren en het geheugenkaartje kan weer volledig benut worden GIF (Grafics Interlaced File) Een beeldformaat dat compressie gebruikt. Het gebruikte kleurenpalet is echter te beperkt om gebruikt te worden in digitale fotografie. Als voordeel noemen we de mogelijkheid tot transparantie en animatie. Grafische pen Met behulp van een tekentablet en een grafische pen kunnen bewerkingen aan de digitale foto op de computer gemakkelijker uitgevoerd worden dan met de muis. Grijswaardenschaal Om een duidelijk onderscheid te kunnen maken wordt (in het afdrukken) het verschil tussen wit en zwart verdeeld in 256 grijswaarden. Ook wordt een beperkte grijswaardeschaal gebruikt met een twintigtal grijswaarden om de helderheid en contrast van de computermonitor af te stellen High-key Fotografietechniek waarbij vrijwel alle tinten uit zeer lichte kleuren bestaan. Histogram Een grafiekweergave van de verschillende tonen in het beeld. Horizontaal gaat de grafiek van donker (links) naar licht (rechts). Vertikaal staat het aantal pixels uitgezet. Het histogram is een belangrijk hulpmiddel bij de digitale fotografie om de belichting te controleren. Hoge lichten “Highlights” zijn de lichtste delen in een foto, die wit of bijna-wit zijn. IEEE 1394 Een voor zeer snelle gegevensoverdracht gebruikte standaard. Ook bekend als iLink en IEEE 1394. De overdrachtsnelheid tussen computer en randapparatuur ligt hoger dan de USB standaard. iLink Communicatiepoort gebruikt door Digital Videocamera’s. Is bijna gelijk aan Firewire (IEEE1394) Interface Een toestel dat communicatie tussen twee elektronische apparaten mogelijk maakt. Ook een (software) bedieningspaneel op de computer om gegevens in te voeren. Interpolatie De techniek om pixels bij te voegen als een foto wordt vergroot in pixelafmetingen. IPTC (International Press Telecommunications Council) Dit zijn gegevens die iets zeggen over de maker, zoals naam van de maker, titel en plaats van de foto, copyright, en dergelijke. Oorspronkelijk bedoeld voor nieuwsfoto's. Zie Wiki ISO (International Standardisation Organisation) Standaard die de lichtgevoeligheid van de camera’s beeldsensor weergeeft. ISO 100 of ISO 200 is de meest gebruikte instelling. Hoe hoger de gebruikte ISO-waarde, hoe minder licht de camera nodig heeft (kortere sluitertijd en/of kleiner diafragma). Het risico op ruisvorming wordt echter ook groter. JPEG (Joint Photographic Experts Group) Dit is de meest gebruikte standaard van beeldformaat in de digitale fotografie. JPEG (spreek uit als jeepeg) laat een instelbare compressieverhouding toe. Een compressie van 1/10 tot 1/20 van het originele fotobestand is mogelijk zonder zichtbaar kwaliteitsverlies. Zie ook compressieverhouding. Kalibreren Het afstellen van printer en computerbeeldscherm zodat de afgebeelde en afgedrukte foto’s zoveel mogelijk de realiteit en elkaar correct weergeven. Kleurengamma Niet alle kleuren kunnen exact door de verschillende uitvoerapparaten worden weergegeven. Het kleurengamma zijn alle kleuren die wel kunnen worden weergegeven. Kleurzweem De kleur die ogenschijnlijk als een laagje over de gehele foto ligt. Wordt dikwijls als storend ervaren maar kan ook bijdragen tot een bepaalde sfeer. Klonen Techniek in fotobewerkingsprogramma’s waarbij een aantal pixels gekopieerd wordt en op een andere plaats wordt “gestempeld”, vandaar ook de naam kloonstempel. Klonen wordt voornamelijk gebruikt om foutjes of storende elementen in de foto weg te werken. Lagen “Layers” In fotobewerkingsprogramma’s worden aanpassingen, effecten of extra elementen vaak in verschillende lagen aangebracht. Iedere laag kan onafhankelijk van de andere bewerkt worden. De originele foto is gewoonlijk de onderste laag (background). Landscape Liggende oriëntatie waarbij de breedte van de foto groter is dan de hoogte. De manier waarop we de camera gewoonlijk vasthouden levert “landscape” georiënteerde foto’s op. Lichtsterkte Of luminositeit. Bepaalde helderheid van kleuren, beïnvloedt de tint of kleurverzadiging niet. Lossless “Zonder verlies”. Een aantal beeldformaten waaronder het populaire JPEG laten toe om de verhouding kwaliteit/compressie in te stellen bij het opslaan van de foto. Een hoge kwaliteit/lage compressie verhouding heeft weinig of geen detailverlies maar als nadeel de grote bestandsgrootte. Een lage kwaliteit/hoge compressie verhouding kan wel detailverlies en artefacts vertonen, het voordeel is de kleine bestandsgrootte. Er zijn ook beeldformaten (TIFF) die compressie toepassen zonder kwaliteitsverlies. Dit noemt men lossless compression. Met deze methoden is het beeldformaat echter aanzienlijk groter dan de 100% kwaliteit / 0% compressie verhouding van JPEG. Macro Strikt genomen zijn macro-foto’s opnamen waarbij het onderwerp 1:1 wordt afgebeeld op de beeldsensor. Met de veelgebruikte APS-size beeldsensor in digitale SLR camera’s is het dan mogelijk om een onderwerp van ongeveer 25x16mm beeldvullend te fotograferen. Macrolens 1) Voorzetlens om als een “vergrootglas” voorwerpen groter af te beelden met een gewoon objectief. 2) Speciaal objectief voor SLR-camera’s om 1:1 foto’s te maken in het macro-gebied. Masker In fotobewerkingsprogramma’s toegepaste techniek om een gedeelte van een foto af te dekken waardoor enkel dit deel kan bewerkt worden of beschermd wordt tegen manupilatie. Memory Stick Geheugenkaarttype, oorspronkelijk enkel door en voor Sony gefabriceerd. Afmetingen: 50.0 x 21.5 x 2.8mm. Microdrive Extreem kleine harde schijf met de afmetingen en mogelijkheden van een CompactFlash geheugenkaart. Middentonen Reeks tonen van een afbeelding die zich ongeveer in het midden bevinden tussen hooglichten en schaduwen. Miniatuurafbeelding Kleine kopie van een afbeelding om snel een idee te vormen over een afbeelding zonder deze daarvoor in volledig formaat te moeten bekijken. Dit is sneller en minder belastend voor de computer. Moiré In onderwerpen met een regelmatig patroon kunnen hierop storende patronen weergegeven worden. Deze patronen noemt men Moiré en kan door bepaalde softwarematige filtertechnieken weggewerkt worden. NiCad Nikkel-Cadmium, herlaadbare batterijen. Minder geschikt voor digitale fototoestellen. NiMH Nikkel-metaalhydride herlaadbare batterijen zijn veel beter geschikt voor digitale fototoestellen wegens het grotere vermogen dat deze kunnen leveren. In tegenstelling tot NiCad batterijen hebben NiMH batterijen geen last van het geheugen effect. Noise (Ruis) Een soort artefacten veroorzaakt door elektronische storingen (overversterking) in de beeldsensor van de digitale camera, zichtbaar als willekeurige stippen op de foto. Vooral merkbaar bij hogere ISO-instellingen. Er is specifieke software beschikbaar om de ruis enigszins te verwijderen. Optische zoom Door het verschuiven van een lenzenstelsel in een zoomobjectief (zoomlens) kan de brandpuntsafstand aangepast worden. In tegenstelling met de digitale zoom geeft de optische zoom praktisch geen kwaliteitsverlies. PDF (Portable document format) een documentformaat dat vaak gebruikt wordt om handleidingen op elektronische wijze te verspreiden. Plug-in Veel fotobewerkingsprogramma’s kunnen ook uitgebreid worden met bijkomende filters of effecten. Deze plug-ins hoeven niet noodzakelijk van dezelfde softwareontwikkelaar te komen, maar ze moeten natuurlijk wel geschikt zijn voor het fotobewerkingsprogramma dat je gebruikt. Pipet Een hulpmiddel in fotobewerkingsprogramma’s om de kleurenwaarde van één bepaalde pixel of een groep pixels te bepalen. Pixel Het kleinste element waaruit een digitale foto is opgebouwd, een (gekleurd) blokje. PNG (Portable Network Graphics) vrij nieuw beeldformaat, vergelijkbaar met JPEG wat het resultaat betreft maar met de mogelijkheden van een GIF beeldformaat. Portrait Staande oriëntatie waarbij de hoogte van de foto groter is dan de breedte. Typisch voor portret-fotografie, vandaar de naam. Het fototoestel wordt 90° links of rechts gekanteld. PS Afkorting van het bekendste fotobewerkingsprogramma, Photoshop van Adobe. RAW De letterlijk “ruwe” gegevens die door de beeldsensor werden opgevangen en die nog niet door de beeldprocessor werden verwerkt. Hierdoor kunnen zaken zoals kleurbalans, scherpte, belichting, … beter geoptimaliseerd worden voor omzetting naar bv JPEG. RAW wordt dikwijls beschreven als de negatieffilm van de digitale fotografie. Regel van drie Den “optimale” fotocompositie is opgebouwd rond de regel van drie: op de foto wordt zowel horizontaal als vertikaal op één derde en twee derde een lijn getrokken. De snijpunten van deze lijnen geven de ideale positie aan voor het hoofdonderwerp op de foto. Resampling De resolutie van een foto of afbeelding aanpassen door pixels bij te voegen (hogere resolutie) of te verwijderen (lagere resolutie). Resolutie Geeft het oplossend vermogen weer van verschillende uitvoerapparaten zoals printers, monitors, camera’s, … Hoe hoger de resolutie, des te meer detail (scherpte) het beeld kan bevatten. RGB Kleurenmodel Rood, Groen en Blauw (additieve kleuren). Ruis (Noise) Een soort artefacten veroorzaakt door elektronische storingen (overversterking) in de beeldsensor van de digitale camera, zichtbaar als willekeurige stippen op de foto. Vooral merkbaar bij hogere ISO-instellingen. Er is specifieke software beschikbaar om de ruis enigszins te verwijderen. Saturatie De “felheid” van een bepaalde kleur. Toevoeging van grijs geeft een minder verzadigde kleur. Oververzadiging geeft onnatuurlijke kleuren met soms een neon-effect. Scherptediepte (DOF of Depth of field) Het gebied vóór en achter het punt waarop is scherpgesteld en waarin alle voorwerpen als scherp afgebeeld worden ervaren. Met behulp van zogenaamde DOF-calculators kan berekend worden hoe groot dit gebied is, rekening houdende met brandpuntsafstand, diafragma, enz. Secure Digital Geheugenkaarttype dat kleiner is dan de Compact Flash (CF) kaartjes. Afmetingen: 32.0 x 24.0 x 2.1mm Shutterlag Letterlijk sluitertijdvertraging. Tijd die verstrijkt tussen het indrukken van de ontspanknop en het effectief opnemen van het beeld door de beeldsensor. In die tijd gaat de camera scherpstellen, de belichting en kleurentemperatuur meten. Veel goedkope compactcamera’s hebben een aanzienlijke shutterlag van meerdere seconden. Professionele DSLR hebben een shutterlag van milliseconden. Bij bepaalde camera’s kan op voorhand scherpgesteld worden en de belichting gemeten. Hiervoor moet de ontspanknop half worden ingedrukt en het geeft een merkbaar verschil in actiefotografie. SmartMedia Geheugenkaarttype, groter dan de CompactFlash kaartjes maar aanzienlijk dunner. Afmetingen: 45.0 x 37.0 x 0.8mm Softening Fotobewerkingstechniek waarbij de randscherpte rond objecten wordt verminderd. De foto krijgt hierdoor een zachte, romantische sfeer. Storende details zoals vlekken op de huid bij portretfotografie kunnen daardoor verminderen of verdwijnen. Thumbnails Zie Miniatuurafbeelding TIFF (Tagged Image File Format) Lossless beeldformaat met compressie zonder kwaliteitsverlies. Nadeel is de grotere bestandsgrootte dan de meer courante JPEG, die echter wel kwaliteitsverlies kan opleveren. Tool Gereedschap om de digitale beelden elektronisch te bewerken in fotobewerkingssoftware. Ieder “tooltje” heeft zijn eigen specifieke werking en toepassing. Uitsnijden Zie Bijsnijden. USB Universal Serial Bus, communicatiepoort om randapparatuur aan te sluiten op de computer. In tegenstelling tot de oude seriële en parallelle poort hoeft de computer niet uitgeschakeld te worden. USB 2.0 is de meest recente versie die theoretisch overdrachtssnelheden tot 480 mb/sec toelaat. USM - UltraSonic Motor, het snelle aandrijfmechanisme voor scherpstelling van Canon lenzen. Gebaseerd op ultrasone trillingen. - UnSharp Mask, onscherptemasker, een veelgebruikte techniek in fotobewerkingsprogramma’s om afbeeldingen te verscherpen. Gebaseerd op een doka-techniek. Verscherpen (Sharpening) Softwarematige techniek om de randcontrasten te verhogen waardoor de digitale foto scherper lijkt. Verscherpen kan zowel in de camera gebeuren als achteraf in een fotobewerkingsprogramma. Opletten voor oververscherpen (oversharpening) waardoor er halo’s kunnen ontstaan rond de objecten op de foto. Verzachten (Softening) Fotobewerkingstechniek waarbij de randscherpte rond objecten wordt verminderd. De foto krijgt hierdoor een zachte, romantische sfeer. Storende details zoals vlekken op de huid bij portretfotografie kunnen daardoor verminderen of verdwijnen. Verzadiging (Saturatie) de “felheid” van een bepaalde kleur. Toevoeging van grijs geeft een minder verzadigde kleur. Oververzadiging geeft onnatuurlijke kleuren met soms een neon-effect. Viewfinder Cameraonderdeel waarmee de fotograaf kan controleren of het onderwerp goed in beeld staat. Goedkope consumercamera's hebben een eenvoudig raampje waardoor gekeken kan worden. Meer geavenceerde camera's en DSLR's geven ook informatie zoals sluitertijd en diafragma in de zoeker. Bepaalde prosumers hebben een elektronische zoeker, een klein LCD-scherm dat het beeld vanaf de beeldsensor weergeeft. DSLR's projecteren het beeld via een (opklapbare) spiegel op het matglas. Vignettering De donkere hoeken die soms te zien zijn op foto’s zijn meestal te wijten aan een te kleine zonnekap of het gebruik van extra voorzetfilters. Daardoor wordt het licht tegengehouden in de hoeken. Sommige zoomlenzen hebben in het groothoekbereik ook last van vignettering, daar is de rand van de lens de oorzaak. Watermerk Een halfdoorschijnend symbool of tekst op een afbeelding, meestal met de bedoeling een copyright te vermelden en het ongeoorloofd kopiëren tegen te gaan. Witbalans Afhankelijk van de lichtbron zullen kleuren anders worden ervaren en weergegeven. Zo geven gloeilampen een warmer, geel licht terwijl TL-lampen eerder koel groen/blauw licht geven. Ook tijdstip van de dag en mate van bewolking hebben hun invloed op de kleuren. De witbalans geeft aan welke kleur als wit moet worden beschouwd, zodat de kleuren natuurlijk en neutraal worden weergegeven. Witbalans is instelbaar in de camera of kan achteraf worden bijgestuurd in de RAW-convertors. WYSIWYG What You See Is What You Get. Zoals de afbeelding of tekst op het computerscherm wordt weergegeven, zo zal deze ook afgedrukt worden. Zoeker Cameraonderdeel waarmee de fotograaf kan controleren of het onderwerp goed in beeld staat. Goedkope consumercamera's hebben een eenvoudig raampje waardoor gekeken kan worden. Meer geavenceerde camera's en DSLR's geven ook informatie zoals sluitertijd en diafragma in de zoeker. Bepaalde prosumers hebben een elektronische zoeker, een klein LCD-scherm dat het beeld vanaf de beeldsensor weergeeft. DSLR's projecteren het beeld via een (opklapbare) spiegel op het matglas. Zoomlens Objectief met een instelbare brandpuntsafstand. Hierdoor kan het onderwerp (binnen bepaalde grenzen) beeldvullend worden weergegeven.
|